Mijn man had al vele malen gevraagd wanneer ik hem nu eens wilde komen helpen bij het opruimen van de vliering.. Ik zei wel ja, maar hoopte dat hij het weer voor een tijdje zou vergeten. Maar toen hij het niet meer zo vriendelijk begon te vragen en zelfs begon te dreigen met weggooien toen dacht ik: "Nu moet het toch maar eens gebeuren".
Ik kreeg een stoel aangeboden en alle dozen van de vliering werden om mij heen gezet. Sommige dozen konden gelijk weer terug omdat ik wist wat er in zat. In enkele andere dozen zat het kinderspeelgoed. Speelgoed dat ik echt niet kwijt wil. Enerzijds omdat er herinneringen aan vast zitten, maar nog veel meer omdat ik hoop een kleinkind te krijgen die je dan ziet spelen met het speelgoed waarmee je eigen kinderen ook hebben gespeeld.
Wellicht zullen zij er weer héél anders mee gaan spelen dan mijn eigen twee dochters.
De oudste was heel zuinig op haar speelgoed en deed, als er kinderen op visite kwamen, de speelgoedkast op slot. Maar de jongste, die ging er heel anders mee om. Deze griet ging op ontdekkingsreis. Van ieder stukje speelgoed wilde ze weten hoe het er aan de binnenkant uitzag en hoe het mechanisme werkte. Oudere mensen kunnen nog wel eens zeggen: "vroeger in onze tijd was alles beter", maar het speelgoed van vroeger was ook hier niet tegen bestand. Dus…er ging nog wel eens iets kapot. Ik kon daar niet echt boos om worden, maar als "ouderlijk gezag" moest je er toch wel iets van zeggen.
Met haar poppen ging ze weer anders om. Ze had in die tijd de rare gewoonte om overal op te bijten, zo ook in de teentjes en hieltjes van haar poppen. Nou, ik kan jullie vertellen dat de voeten van haar poppen eruit zien alsof ik een leger muizen op visite heb gehad.
Toen ik deze aangevreten poppen weer zag kon ik het niet nalaten om stilletjes te hopen:
dat ik eens oma van een kleindochter mag worden. Dan zal ik die doos met poppen voor haar neerzetten en wachten op het moment dat ze gaat vragen: "oma waarom hebben die poppen ……" en dan zal ik haar vertellen dat haar moeder vroeger graag een muis had willen zijn.
De één na de andere doos ging door mijn handen en eigenlijk schoot het best wel op totdat ik een doos vond met: "oude dingen van toen.". Ik keerde deze doos om en toen was het met mij gebeurd.
Allemaal brieven en foto's van vroeger uit mijn jeugd. Foto's van vriendjes en brieven uit lang vervlogen tijden. Wat heerlijk om ze nog een keer te lezen, maar wat moet ik er verder mee? Weggooien? Eigenlijk zou ik dat een keer moeten doen, maar weg is weg. Maar ik zou het ook niet leuk vinden als ik er niet meer zou zijn, dat mijn nabestaanden deze brieven zouden lezen. Dus toch maar flink zijn en weggooien? Eerst nog maar een keertje lezen. Zo vond ik ook een briefje van mijn toen 14 jarige vriendinnetje. Ze was verliefd op dezelfde jongen als ik en al was het niet eerlijk, zonder dat we het aan hem en aan elkaar vertelde maakten we beiden met hem afspraakjes. Tenminste dat dachten we. Maar wat we niet wisten was, dat hij er één van een tweeling was. De beide broers wisten van "ons geheim", maar speelden het spelletje vrolijk mee. Totdat mijn vriendje voorstelde om eens met z'n vieren naar de bios te gaan. Schrik, dat kon toch helemaal niet? Wat nu? Ik kon mijn vriendin en ook mijn moeder niet om goede raad vragen, want deze laatste van niets. Alle afspraakjes gingen stiekem, want in die tijd en op die leeftijd mocht ik van mijn ouders niet eens naar jongens kijken, laat staan om er mee naar de bios te gaan. Hoe we het aan elkaar hebben opgebiecht weet ik niet meer precies maar tussen mij en mijn vriendin is er altijd vriendschap gebleven. En de twee broers? Nadat we het van elkaar wisten vonden we ze helemaal niet leuk meer. Achteraf hebben we nog vaak in een deuk gelegen. Maar nu ik hier weer aan terug denk vraag ik me toch stilletjes af: Hoe zou het met ze gaan? Met hoeveel meisjes na ons hebben ze hetzelfde spelletje gespeeld? Dat zal ik waarschijnlijk nooit te weten komen.
Terwijl ik daar nog even over zit te mijmeren roept mijn man of hij alweer wat dozen op de vliering terug kan zetten.
Nee dus. Maar nu moet ik toch een beslissing nemen. Alles weggooien? Nee ik kan het nog niet en doe alles weer terug in de doos, dan maar bij de volgende opruimwoede van mijn man en dat kan wel eens héél lang gaan duren. De volgende dozen gingen heel wat sneller, totdat ik in één van de laatste dozen een oude knopendoos vond. En toen? Toen moest ik terug denken aan een anekdote. Deze zal ik jullie vertellen in een van mijn volgende columns die zeker zal heten: "Blunders".