
Corien
Als je nu nog kon ademen
Als je nu nog kon ademen
was je mond gortdroog geweest
stonden je ogen willekeurig
witte jassen gleden gerafeld aan je gekromde vingers
voorbij
Een wolk in de blauwe lucht
dreef door je geraamte
en gaf adem aan je zoute lichaam
Veroordeeld zou je zijn
vermagerd
verloren in een hoofd vol gekneusde gedachten
verdort in een dimensie van menselijk denken
van menselijke keuzes
wachtend op het afscheid
dat in de handen van de gerafelde jassen
ligt te verrotten en stinkt naar verlepte witlof
De dag ging over
schoorvoetend betrad jij
de geur van de lente zon
vergeten het geronnen bloed
Geen voorhoofd meer om te kussen
geen buik die zachtjes deint op de zee van mechanische adem
geen egoïsme dat je bindt aan verminkt lichaam
slechts je essentie die verbindt
voor ons onzichtbaar
de energie van alles dat liefde heet
aan deze verschrompelde tijd
|