Fokkel in den beginne
Wat een opluchting toen Fokkel het levenslicht zag! Dit piepkleine mensenmeisje, dit mini-miniatuur mensje, werd als eerste welkom geheten door de huisarts die haar in zijn enorme handen opving en haar even later triomfantelijk bij haar voetjes vastpakte en haar voor de ogen van ma en pa heen en weer bengelde. En of dat ze wilde blèren.
Fokkel werd gewassen en in een doek gewikkeld en op moeders buik gelegd. Grote opluchting, na drie dagen van weeën. Bloed zweet en tranen, en maar persen en persen, maar Fokkel wilde lekker binnen blijven, in die heerlijke warme holte. Beetje krap, dat wel, maar al dat rumoer aan de andere zijde van die flexibele wand trok haar helemaal niet aan. Nee nee, dacht Fokkel, hier is het goed vertoeven. Lekker knus en warm en rust aan haar hoofdje.
Het heeft niet zo mogen zijn. Net zoals alle andere baby's moest ook Fokkel geboren worden. Met alle kracht die dit mini mensje in zich had, had zij zich verzet, maar om haar heen was niks om zich aan vast te klampen. Alleen maar vloeistof. En het trekken aan die rare, gekronkelde dikke draad hielp ook niets. Ze was uitgeput van het dagenlang spartelen en trappelen met haar armpjes en beentjes en kon uiteindelijk niets anders meer doen dan opgeven en zich door die tunnel laten glijden en haar aan haar hoofd naar buiten laten trekken.
Moeder keek naar haar kleine meisje op haar buik en dacht: zo mooi als ze is, even zo vervelend is dit kind. Al van in den beginne bezorgde ze mij last. Opgezwollen pijnlijke borsten en tepels, daar begon het mee. En al snel daarna wekenlang misselijk, alsof ik de godganse dag alleen maar vloeistof met een alcoholpercentage van minstens 35 procent tot me heb genomen, terwijl ik 9 maanden geen druppel plezierdrank heb gedronken omwille van een gezonde groei van die foetus. En dan die buik, almaar dikker en dikker en dikker tot ik geen kant meer uit kon. En tot slot, het ergst van al, wil ze ook nog blijven zitten en laat ze me dagenlang kermen en kronkelen van de pijn. En nou moet ik blij zijn met dit kind? Moet je hem daar nou zien, die vent van mij. Staat daar te lachen en te stralen en koetje-boe te brabbelen. Ze lijkt op hem, zegt hij. En hij is blij, zegt hij, vervuld van een intense vreugde waarvoor hij geen woorden heeft. O jee, hij kijkt me aan. Ik zal maar lachen en net zo stralen als hij.