In de verte klonk belgerinkel van de tramovergang. Sarah haalde een keer diep adem, ze moest nu echt een beslissing nemen.
‘Should I stay or should I go now…’ Dit irritante deuntje tetterde al dagen door haar hoofd. Ze was geen echte ‘eighties girl’ maar door haar oudere zus kende ze alle nummers uit die tijd. Ze herinnerde zich hoe ze op zaterdagavonden vol bewondering toegekeken had hoe Rebecca zich stap voor stap klaarmaakte voor een avondje uit, terwijl uit haar gettoblaster new wave muziek knalde.
Sarah schudde haar hoofd om de herinnering te verjagen. Een aantrekkelijke man, gekleed in een opvallend zwart pak met een bijpassend zwart brilmontuur, betrad het perron. Vast ook een zielenknijper, dacht ze schamper, terwijl de man met soepele passen langs haar liep – ze was even jaloers op zijn zelfverzekerdheid.
Ongewild keerden haar gedachten terug naar het gesprek met Berend, die ochtend.
‘Stel, je moet alleen naar een receptie en je komt een zaal binnen vol onbekende mensen. Hoe ga je te werk?’ had hij gevraagd, nog steeds een beetje zoekend. Na drie sessies had meneer de psycholoog de kern van haar problemen nog steeds niet doorgrond – zij wel.
‘Tja, ik kijk rond, screen de mensen om mij heen – leeftijd, kleding, gewicht, mate van succes – en duik in een hoek met een borrel om ze verder te observeren. Ik zou jou bijvoorbeeld inschalen als: belegen, single, voorkeur voor zwarte kleding, mogelijk homoseksueel, onzeker maar intelligent.’ Ze was opzettelijk kwetsend.
Driftig schoot Berends pen over zijn notitieblok en nerveus duwde hij zijn zwarte bril over zijn vettige neus. ‘Heel goed,’ mompelde hij ondertussen met zijn weke Brabantse accent – het gaf haar de griezels.
Volgens Sarah had Berend geen flauwe notie wat haar bewoog. Ze zakte nonchalant onderuit en wachtte af. Haar Arbo-arts had vanwege die stomme burn-out aangedrongen op een paar gesprekken met een psycholoog – ze waren zeker bang dat ze gekke dingen ging doen.
Ze had ook wel morbide gedachten, moest ze toegeven... Zaterdag biechtte ze tijdens een etentje tegen Rebecca op: ‘Soms wilde ik dat ik oma Leuvers was.’ Haar zus had haar vork laten vallen en geschokt gereageerd: ‘Doe normaal! Dat arme mens is net dood.’
‘Ja, daarom juist. Zou het niet heerlijk zijn om net als oma eindelijk klaar te zijn met alles?’ Maar Rebecca begreep er niets van en handig had Sarah het gesprek een andere wending gegeven.
Hetzelfde gebeurde nu – ze kon die shrink echt alles wijsmaken. God, wat deed ze hier eigenlijk! Er was totaal geen klik tussen hen en ze werd doodziek van die zachte ‘g’. Geïrriteerd nam ze een besluit en zonder haperen gooide ze alles op tafel.
‘Luister, Berend, zo komen we niet verder. Dit is het geval: ik heb al jaren last van een bijzonder laag zelfbeeld... een logisch gevolg van een jeugd met een vijf jaar oudere zus die niet alleen hyperintelligent, maar ook nog eens bloedmooi en superslank was. Ik hou van haar dus er is geen sprake van een of ander jeugdtrauma, behalve dan dat ik mezelf helemaal “niets” vind. Niets in de zin van: onbenullig, dik, lelijk, dom en oninteressant.’ Ze lachte schamper en Berend liet van schrik zijn pen vallen. Snel ging Sarah verder: ‘Ter compensatie ben ik een perfectionist met faalangst geworden. Ik heb een extreme controledwang en ik vertoon obsessief gedrag. Zolang alles thuis maar schoon en netjes is, alles op orde en onder controle, kan ik de buitenwereld aan. Of niet... net hoe je het bekijkt.’
‘Waarom vertel je me dit nu pas?’ vroeg Berend en hij klonk gekwetst.
‘O, ik wilde eerst kijken wat jij er van zou bakken. Niet veel, als ik eerlijk ben.’ Ze genoot van haar eigen sarcasme. Maar Berend bleef verbazingwekkend kalm en constateerde toen slechts: ‘Je neemt de controle over ons gesprek.’
‘Ja, én?’
‘Ik vroeg me af of je dat vaker doet.’
‘Wat?’
‘Controle nemen.’
‘Altijd. Controle over gesprekken, over afspraken, over alles wat op mijn pad komt. Controle is mijn tweede natuur en mijn beste vriend: ik manipuleer, ik draai, keer en bekonkel alles net zolang totdat het helemaal naar míjn zin is.’ Ze gaf hem nuchter de feiten.
‘Hoe voelt dat?’
‘Goed!’
‘Dus met controle voel je je “goed” en niet...’ hij keek snel in zijn aantekeningen en citeerde: ‘“minderwaardig, onbenullig, dik en dom”?’
Jezus, wat wilde hij nou! Moest ze soms eerst een potje janken voor hij begreep dat het ernst was. ‘Ik...’ Er roerde zich iets in haar en ze voelde hoe haar keel zich samenkneep. ‘Ja, het voelt zelfs heerlijk!’ zei ze strijdlustig.
‘Heerlijk...?’ Zijn normaal zo zalvende stem klonk ineens krachtig en trefzeker. ‘Ik zie in jou een mooie, slimme jonge vrouw. Je hebt die controle helemaal niet nodig. Je bent prima zoals je bent.’
In de roos: waarom kon een ander wel zien, wat zij niet zag? Haar stoere façade brak. Niet huilen, niet huilen, niet huilen! Te laat, daar kwamen de tranen...
Berend stond op en reikte haar een tissue aan en zei op verzoenende toon: ‘Huil maar eens goed, dat lucht op.’
God wat een cliché, dacht ze nijdig en ze griste de tissue uit zijn hand.
Even later stond ze buiten met een nieuwe afspraak om ‘tot de kern van je problemen te komen en een aanpak voor je controledwang te vinden’. De zak – ze zou haar controle nooit opgeven!
Vertwijfeld stond ze nu op het perron. De tram werd zichtbaar en hij was akelig op tijd – ze kreeg geen ruimte om langer na te denken. Ach wat, ze had de laatste weken al zo lang nagedacht, gepiekerd, getobd en gehuild... Ze koos voor controle.
Doelbewust liep ze naar de rand van het perron en in het voorbijgaan gaf ze de aantrekkelijke man in het zwart, een knipoog. De tram denderde voort en op het moment dat ze misstapte, zag ze nog net hoe hij van schrik zijn mond opendeed.
Groeten aan je collega, dacht ze, en glimlachte.