Toen ik met het schrijven van deze columns begon, heb ik mezelf voorgenomen om niet ieder stuk over mijn zwangerschap te laten gaan, want anders wordt het zo eentonig. Maar nu mijn zwangerschapsverlof is begonnen en ik vanochtend op de bank al rustig de krant heb gelezen en het intakegesprek met het kraamzorgbureau achter de rug heb, begint het toch te kriebelen. Dat kan ook haast niet anders, want de komende zes weken zal zo goed als alles in het teken staan van de baby die op komst is en van mijn zoontje van 21 maanden.
Het is al met enige weemoed dat we afscheid hebben genomen van ons kereltje op onze slaapkamer – we hadden er nooit zoveel haast mee om hem op zijn eigen kamertje te laten slapen, maar nu moesten we er natuurlijk wel aan, omdat plek in te ruimen voor de wieg van de tweede. Het einde van een tijdperk, zeg maar. De eerste nacht ging wonderwel goed: we hadden verwacht dat we de hele nacht met hem in de weer zouden zijn, maar niets is minder waar. Wel heb ìk de halve nacht wakker gelegen omdat ik het geluid van zijn ademhaling miste en me afvroeg of hij wel lekker toegedekt lag, en of het allemaal wel goed ging. Maar wonder boven wonder heb ik de verleiding weerstaan om te gaan kijken – en natuurlijk is het allemaal goed gegaan.
Het intakegesprek heb ik dit keer maar telefonisch laten verlopen, want ik kon me nog aardig wat herinneren van de vorige keer. Eigenlijk komt het erop neer dat ik alles al heb en weinig tot niets nieuws nodig heb; ik moet er alleen voor zorgen dat alles klaar ligt. En ik moet mijn ziekenhuistas weer klaar gaan zetten – mijn 'vluchtkoffer' zoals ik dat de vorige keer noemde, en er voor zorgen dat er vanaf vandaag altijd voldoende benzine in de 'vlucht' auto zit.
Wat ik me ook nog goed herinner van de vorige keer is dat één van de eerste vragen van zo'n kraamverzorgster is of de wasmachine en de droger tegelijk aankunnen. Hier maken mijn vriendinnen en ik die het allemaal al een keer hebben meegemaakt altijd grapjes over – want dat kan dus niet. Althans, niet bij ons, en ook niet bij hun. Bij wie dan wel, vragen we ons dan af?
Wat ga ik dan allemaal doen de komende zes weken? Ik zie mezelf niet elke dag op de bank liggen naar soaps kijken. Rompertjes wassen en lakentjes strijken doe je ook maar één keer en daar heb ik vandaag nog geen zin in. Vooralsnog is vandaag de deadline om een stuk in te leveren voor de oudercommissie van de crèche waar mijn zoontje op zit. Daarnaast is deze hele aankomende periode doorspekt met het Sinterklaas: lampionnenoptocht, surprises maken, meedoen met het Sinterklaasfeest op de crèche. Keutelen dus, in tegenstelling tot naar kantoor gaan. Dat is pas een week geleden, maar het lijkt al veel langer dan dat.
Ook hiervoor geldt dat deze tijd voorbij vliegt: volgens mij nog meer dan met de eerste keer, want nu wil ik nog zoveel mogelijk genieten van deze periode waarin we nog met z'n drietjes zijn: over zes weken zal ik me nooit meer kunnen herinneren hoe het was zonder de tweede erbij, net zo goed als dat ik me nu slecht een beeld kan vormen van hoe het zal zijn met de tweede erbij.