"De ontdekking van de donkere rassen betekende een luisterrijke uitbreiding van mijn wereld voor me.’ Uit; Een lied van Afrika van Isak Dinesen
Op mijn dertiende werd ik door mijn ouders meegenomen naar een eiland (geen Afrika) waar donkerhuidige mensen woonden. Misschien was dit wel mijn eerste aanzet tot mijn liefde voor zwart Afrika. Dat deze mensen zich ook nog eens mooi versieren en kleden, kunstwerken van hun haardracht maken, kleurrijke kralensnoeren dragen, een prachtige glimlach tonen intrigeert me enorm. Ik voel me dan vanbinnen warm van blijdschap worden. Ik kan het niet goed uitleggen zoals ik het precies voel maar af en toe voelt het alsof ik jaloers op hun chocolade kleurige huid ben alsof ik zelf die huidskleur had willen hebben. Ik kan er ook niet tegen als iemand roept; ‘Hé … daar heb je weer zo’n zwarte’ want dat voelt als discriminatie tegen mijzelf. Het doet me pijn. Hoeveel pijn moet het die persoon zelf dan wel niet doen?
Nadat ik in Kenia was geweest en er werden opmerkingen gemaakt in die trant kon ik wel janken. Ik schaamde me voor mijn eigen ras. Maar wat is mijn ‘eigen’ ras dan eigenlijk? Mensen vragen mij zo dikwijls waar ik vandaan kom omdat ik een licht getinte huid heb, bijna zwart haar en donkerbruine kijkers. Als ik ze vertel dat ik een rasechte Nederlandse ben vragen ze door; maar je verre voorouders dan? Volgens mij is dat ook allemaal Nederlands. Maar in mijn hart en nieren voel ik me absoluut geen Nederlander of blanke.
Kijk maar eens goed naar de donkerhuidige mensen, hoe mooi ze zijn, hoe lenig en kijk eens als ze lachen van oor tot oor, met hun rij glinsterende tanden. Deze mensen verdienen het om bekeken te worden als volwaardige mensen met een unieke traditionele cultuur. Van hen kunnen wij nog een heleboel leren en dat is een ding wat ik maar al te graag wil. Ik wil naar ze kijken wanneer ze hun dansen tonen, hoe ze opgaan in het oeroude ritme van het handgeklap of wanneer ze hun eten koken op een vuurtje, hun sieraden aan het maken zijn, hun huizen aan het bouwen zijn of op de shamba’s de groente verbouwen. Het is een andere wereld dan de mijne maar toch voelt het zo dichtbij. Het is een wereld waarin ik me beter thuisvoel dan in mijn eigen wereld. Nu ik Makena heb ontmoet voel ik een soort verbondenheid met haar. Waarom voelde ik me anders de stomme blanke toerist toen ik naast haar stond? Had ik er niet net zo mooi uit willen zien als zij? Ik zal me moeten vereenzelvigen met de huidskleur die me gegeven is maar binnenin mij valt het me vooral zwaar wanneer er zo negatief over deze mensen gesproken wordt. Het raakt mijn ziel.
Het heeft weinig zin om discussies aan te gaan met mijn medemens over blank en zwart want daar zijn de meningen nogal verdeeld over. Hier gaat het om het eigen innerlijke gevoel dat ik er over heb en dat wil ik nooit of te nimmer veranderen. Ik ben er zelfs een beetje trots op dat ik me zo voel. Het is me blijkbaar gegeven en wanneer me weer eens gevraagd wordt waar ik vandaan kom moet ik tot mijn spijt uitleggen dat ik geen buitenlands bloed heb. Vaak vraag ik me af waar die diepgewortelde tegenstand vandaan komt. Komt het dan echt niet uit een vorig leven? Mijn grootvader geloofde heel sterk in reďncarnatie. Kon ik hier nu nog maar met hem over praten. Misschien dat hij me iets wijzer kon maken. Misschien heb ik ooit op de savannes van Oost Afrika geleefd als Samburu en was daarom de ontmoeting met Makena zo ontroerend. En mijn band met de olifanten dan? Van mijn grootvader kreeg ik als erfenis een grote zwarte ebbenhouten olifant, die stond daar altijd opvallend in zijn huis en ik moest er altijd even naar kijken, hij intrigeerde mij. Dit zijn allemaal dingen die ik niet kan verklaren maar die wel aanwezig zijn. Ik praat hier eigenlijk nooit met iemand over want ik kan me voorstellen dat men het niet zal begrijpen. Sommige dingen begrijp ik zelf amper. Toch is het al zo lang sterk aanwezig. En ergens geloof ik dat er wel degelijk iets aan de hand is. Tel alles maar eens bij elkaar op; de eerste ontmoetingen op dertien jarige leeftijd met de donkerhuidige mensen, als kind al gek op series als Daktari, de boeken van Kuki Gallmann die op mijn pad komen, de olifantenbelangstelling, de weerstand die ik voel als men de donkerhuidige mensen discrimineert, het gevoel thuis te komen als ik voet op Keniaans grondgebied zet, de ontmoeting met Makena, de adoptie van Edie, de heimwee achteraf, begraven willen worden in Kenia met een acacia aan mijn hoofdeinde, mijn boek Makena en de verlangens om voorgoed naar Kenia terug te gaan. Dit alles leeft zo sterk binnenin mij. Hoe kan dit?
Zal ik hier ooit een antwoord op krijgen? Wist ik maar of er meer mensen zich zo verbonden met een andere wereld voelden, dat ze anders zijn dan waar ze oorspronkelijk vandaan komen en dat ze zich daarin alleen voelen. Buitenstaanders zullen je niet begrijpen of gek vinden. Aia … Het zij zo! Het leven zit soms gecompliceerd in elkaar, we kunnen helaas niet alles bevatten wat er in ons brein afspeelt en dat is maar goed ook. Ik moet eerlijk bekennen dat ik mijn geheim ten alle tijden koester. Het is tenslotte een niet alledaags verhaal om anders te zijn dan je geacht bent te zijn. Het is mijn innerlijke reis die me uiteindelijk ergens naar toe zal leiden. Ooit zal ik aankomen in het land van de donkerhuidigen.