… Een verlangen naar reizen, een verlangen naar meer ruimte voor spiritualiteit en individualiteit. Dat verlangen, dat gevoel kun je vertalen naar je diepste innerlijk.'
Sinds kort ben ik pas gaan beseffen dat ik me een nomade voel. Mijn leven lang bezit ik over een soort onstuitbare drang om nieuwe horizonten te ontdekken, weg te willen vluchten uit het huidige wereldje waarin ik verkeer. Als kleuter speelde ik op een houten kar waarbij ik me een paard voorstelde die me naar verre streken zou brengen. In gedachten maakte ik een lijstje van wat ik allemaal mee zou nemen. Ik geloofde er heilig in dat deze kar mijn trouwe vervoermiddel zou worden en me zou brengen waar ik heen wilde. We gingen naar een andere plek. Niet op reis maar naar een ander huis. De kar bleef achter en mijn kinderdromen vervaagden. Naarmate ik ouder werd waren we intussen nog een aantal keren verhuisd. De veranderingen vond ik op zich niet erg als het ging om een nieuwe kamer voor mezelf, wel om steeds weer te moeten instromen in een nieuwe schoolklas. Telkens moest ik de proef doorstaan om geaccepteerd te worden. Dat nam vaak een aantal maanden tot een jaar in beslag totdat ik net gewend was geraakt en we weer opnieuw gingen verhuizen. Ik geloof dat ik daardoor het nomadisch bestaan heb ontwikkelt maar het zal allicht ook in mijn genen kunnen zitten.
Vakanties waren voor mij altijd heilig. Maanden van tevoren was ik er al mee bezig. We trokken elke zomer drie weken met de auto en de caravan er op uit door de Skandinavische landen. Daar leefden we in de vrije natuur en als klein meisje ging ik daar al helemaal in op.
Op een gegeven moment zouden we naar de Antillen verhuizen. We waren daar al een keer op vakantie geweest dus ik zag het al helemaal voor me. Dit was het mooiste wat een dertien jarige kon overkomen. Aan iedereen vertelde ik uitgelaten van ons naderende vertrek. De klap was dan ook enorm toen het op het laatste nippertje om een of andere reden niet door ging. Ik begreep er niets van en was er erg boos en verdrietig over. Daar ging mijn droom. Een jaar lang ben ik ziek en depressief geweest. Regelmatig denk ik er nog aan terug; hoe zou mijn leven verlopen zijn als we daar waren gaan wonen?
Toen ik eenmaal op eigen benen stond en een tijdje ergens verbleef begon ik rusteloos te worden. Maar ik heb dat rusteloze gevoel nooit thuis kunnen brengen. Na een tijdje ergens gewoond te hebben wilde ik wat anders. Dat is altijd zo gebleven. Nooit woonde ik ergens langer dan een jaar of twee. In het huidige huis woon ik ruim vijf jaar en de kriebels om weg te willen zijn soms niet te harden. Dit zijn andere kriebels. Deze kriebels zijn heviger en vertellen me dat ik verder weg wil. Mijn reis naar Kenia heeft me die kriebels gegeven. De onrust in mij vertelt me dat ik terug moet. Maar niet om weer een reis te maken. Ik zou daar een tijdje willen blijven om uit te zoeken of mijn nomadische drang me ook daar zal achtervolgen.
Toch vind ik het wel wat hebben om nomade te zijn want het biedt me een heleboel nieuwe perspectieven en rijke ervaringen. Een eentonig leven op een plek is aan mij niet besteedt.
Maar om een nomadisch leven te leiden zou je niet gebonden moeten zijn aan een baan en een partner. Het is een innerlijk gevecht om je los te willen maken en weg te gaan. Je hebt op een gegeven moment gekozen voor een leefsituatie waar je aan vast zit, je hebt verwachtingen geschept bij je omgeving. Had ik toen het besef gehad van het nomadische karakter in mij dan had ik me vast nog wel eens bedacht.
De drang om uit de sleur te stappen neemt toe. Van binnen voel ik me rusteloos worden. Dat uit zich vaak in de drang om mij te richten op de plek waar ik naar toe wil. Soms is het ook de behoefte om alleen te zijn. Misschien ben ik wel een einzelganger. Ik kan me moeilijk binden aan iets of iemand. Door schade en schande leer ik mezelf steeds beter kennen. Intussen heb ik mezelf wel in een lastige positie gebracht want hoe denk ik mijn gevangenschap op te lossen? Dat kan niet één twee drie. Ik zal keuzes moeten maken en goed moeten nadenken over wat ik echt wil. Bovendien ben ik verbonden aan een heleboel regeltjes en wetjes waar ik niet zomaar onderuit kan komen. En dan de pijn die ik mijn naasten aan zal doen? De verantwoordelijkheid ligt bij mij en die weegt zwaar. Maar wat is op een gegeven moment sterker?
Soms stel ik me voor om me een aantal dagen terug te trekken in een stiltegebied, een plek waar niemand je kent en waar je na kunt denken en tot jezelf kunt komen. Die behoefte groeit gestaag en uiteindelijk zal ik daar gehoor aan gaan geven. Jaarlijks word ik, zodra de winter zich aanmeldt bevangen door een soort beklemming waar ik me geen raad mee weet. De winters duren ogenschijnlijk lang en die vooruitzichten benauwen me. Mijn nomadisch verlangen toont zich dan op haar sterkst. Het liefst pak ik mijn boeltje bij elkaar en vertrek richting zuiden. Vrij zijn betekent alles voor mij. Diep van binnen weet ik dat ik me dan het gelukkigst voel. Die tijd in Kenia voelde ik me vrij en gelukkig, ik werd daar een heel ander mens van, rustiger en niet meer zo behoeftig om van alles na te streven wat ik thuis dus wel heb. Zou mijn nomadisch karakter ook een rol spelen als ik alleen zou wonen vraag ik me dikwijls af. In zekere mate minder maar de drang naar nieuwe horizonten zal altijd aanwezig blijven. Wanneer je een glimp op mijn boekenkast werpt zul je daar voornamelijk reisverhalen over verre oorden en bijzondere tochten aantreffen. Ik raak er door geïnspireerd en bedenk wat ik er zelf mee zou kunnen doen. Maar het ontbrekende geld doet me snel beseffen dat er voorlopig niets anders op zit dan dagdromen en sparen om op een dag tegen mezelf te kunnen zeggen: wees een nomade en vertrek, doe wat je hart je ingeeft want later zul je er spijt van krijgen dat je je zo ongelukkig bent blijven voelen, hoe pijnlijk het ook is voor je naasten. Jij redt je wel en zij komen er wel over heen.