Liefde en zo

VrouwenVerhalen

Boekenhoek voor vrouwen





   VrouwenVerhalen
Marion

We zijn papa en mama van een prachtig engeltje

Om diverse redenen heb ik getwijfeld of ik het verhaal van Nick* op deze pagina moest plaatsen. Het is immers uitgebreid op zijn eigen website te lezen en tevens op de website die ik heb bijgehouden tijdens mijn zwangerschap van hem. Uiteindelijk realiseerde ik mij dat een hoop bezoekers van de website VrouwenVerhalen dit verhaal waarschijnlijk nog nooit gelezen hebben. Aangezien dit grote verlies als een rode draad door mijn leven loopt, vond ik het toch belangrijk het verhaal hier te plaatsen. Het zal sommige mensen wellicht meer inzicht geven in bepaalde uitspraken en gevoelens van mij. Dus daarom hier ons ingrijpende verhaal van Nick*.

Begin 1999 heb ik Leo leren kennen op mijn werk. Er was absoluut geen sprake van liefde op het eerste gezicht; sterker nog, van mijn kant was er een grote irritatie tegen "die nieuweling met die grote bek". Onze functies (hij P & O adviseur, ik Officemanager) dwongen ons echter tot nauwe samenwerking, mede omdat wij samen op één project werden gezet. In dat soort situaties kunnen er twee dingen gebeuren. Of de irritaties stapelen zich zo hoog op totdat deze uitmonden in een vuurgevecht of slachtpartij, of je leert elkaar accepteren, waarderen en uiteindelijk respecteren. Bij ons gebeurde het laatste. En binnen enkele maanden ging het respect hand in hand met liefde.

In het begin van onze relatie is niet alles even glad verlopen. Dit had onder andere te maken met het feit dat Leo 21 jaar ouder is dan ik. Niet overal werd onze relatie met open armen ontvangen en als ik terug denk heb ik er zelf - bewust of onbewust - ook mijn twijfels over gehad. Temeer omdat een kinderwens al jarenlang hoog op mijn verlanglijstje prijkte. Vele gesprekken hebben wij hierover samen gevoerd. Leo had zijn twijfels of het nog verstandig was om op zijn leeftijd nog aan kinderen te beginnen. Hij had een volwassen zoon uit een vorig huwelijk waar hij geen contact meer mee had en twijfelde of hij nog in staat was een goede vader te zijn. Na vele diepe gesprekken en nog meer nadenken heeft hij uiteindelijk de stap durven zetten. Dit was ook gelijk het moment waarop we hebben besloten om te gaan samenwonen. We zouden eerst bekijken of het samenwonen goed zou verlopen en na een half jaar zou ik mij medisch laten onderzoeken of ik zondermeer zwanger mocht worden. Dit laatste had te maken met mijn tromboseverleden.

Het samenwonen ging goed, misschien zelfs nog wel beter dan dat we hadden verwacht of gehoopt. We hebben allebei enkele misgelopen relaties achter de rug, dus de andere zijde van de medaille was ons beide ook zeer bekend. Nu alleen de medische molen nog. Ook tijdens deze onderzoeken zijn geen grote belemmeringen gevonden. Ik zou alleen na de bevalling aan de bloedverdunners moeten en het "word-maar-lekker-zwanger-sein" stond dus op groen.

Gelijk de eerste maand was het raak. Leo was op zijn werk toen ik 's ochtends met trillende handen de test deed. Ik was pas één dag overtijd en eerlijk gezegd durfde ik het haast niet te geloven. Voor de zekerheid heb ik nog maar een test gekocht maar toen ook deze test positief bleek te zijn, stroomden de tranen van geluk over mijn wangen. Ik was zwanger! Nadat ik mijzelf er nogmaals van overtuigd had dat ik toch echt zwanger moest zijn, ben ik direct een piepklein geel badjasje gaan kopen die ik thuis, samen met de teststaafjes hebt verpakt. Leo had zijn jas nog niet uit of ik duwde hem het pakje in zijn handen. Nadat hij het papier eraf had gehaald zat hij in eerste instantie een beetje lullig naar het badjasje te kijken, maar ineens zag hij de twee staafjes. Betekent dit dat je zwanger bent? Ja! Goh, dat is snel. Ja, heel snel!
Nu het allemaal ineens zo definitief was geworden, moest Leo toch nog even aan het idee wennen. Maar Leo was ook de eerste die alle goede voornemens "we wachten nog een paar weken met het iedereen te vertellen" overboord gooide. Na een paar dagen vertelde hij het aan wie het maar wilde horen. Hij heeft nog net geen advertentie in de krant gezet. Maar binnen een week was iedereen op de hoogte. Niet echt slim, want er kon nog van alles mis gaan, maar in ieder geval wel heel enthousiast en vooral heel trots.

Afgezien van een pijnlijke bekkeninstabiliteit die mijn mobiliteit zeer beperkte, heb ik tijdens mijn zwangerschap nergens over mogen klagen. Toch heb ik er, achteraf gezien, nooit een gerust gevoel over gehad. Als ik nu mijn zwangerschapsdagboek terug lees, vind ik daar een aantal keer in terug dat ik bang was dat er iets mis zou gaan. Steeds opnieuw moest ik mijzelf ervan overtuigen dat alles wel goed zou blijven gaan. Dan zag ik al die mensen buiten lopen en dacht ik: "Kijk al die mensen nou, daar is het toch ook goed bij gegaan? Anders liepen ze hier niet. Waarom zou het dan bij mij niet goed gaan?" Toch bleef een klein stemmetje in mijn achterhoofd mij waarschuwen. Heb ik een vooruitziende blik gehad? Sprak mijn moederinstinct? Of was dat gewoon een logische angst die je krijgt als je op wat oudere leeftijd (35) zwanger wordt?

Alles leek prima te gaan tot ik in week 27 het gevoel kreeg dat de baby in mijn buik wat minder bewegelijk was geworden. Juist omdat het altijd zo'n drukteschopper in mijn buik was, viel mij dit temeer op. Op vaste tijden liet hij altijd van zich horen.
's Ochtends wanneer ik mij zat op te maken, 's middags op mijn werk, vroeg in de avond wanneer ik lui op de bank naar de TV lag te kijken en vlak voor het slapen gaan deed hij als afsluiting van de dag nog een laatste vreugdedansje in mijn buik. En ineens was daar zo'n onheilspellende rust in mijn buik. Een week later zou ik weer een controleafspraak bij de gynaecoloog hebben en omdat er toch af en toe nog wel een beentje door mijn buik heen werd geschopt, besloten we die afspraak gewoon af te wachten en niet gelijk in paniek naar het ziekenhuis toe te rennen.

Op woensdag 3 oktober was deze afspraak in het Bronovo ziekenhuis. Aan het einde van het consult vermeldde ik dat ik onze baby wat minder voelde in mijn buik. Ik was verbaasd over de schrikreactie van de arts, ik had hem toch immers niet gezegd dat ik totaal geen beweging meer in mijn buik had? De arts kwam echter gelijk in actie en nam ons mee voor het maken van een echo. Tijdens de echo zagen we duidelijk het hartje kloppen, wat mij weer een rustig gevoel gaf. Waar een hartje klopt, is leven? Zie je wel? Niets aan de hand! Maar blijkbaar was onze arts toch niet zo tevreden over hetgeen hij zag en nam ons mee om een bewegingsactiviteitenfilmpje van de baby te maken. Ik werd op bed gelegd en mijn buik werd aangesloten op een monitor om de bewegingen van onze baby te registreren. Leo en ik werden weer alleen gelaten en samen keken we naar de resultaten. Een vrij gelijkmatige lijn met weinig grote pieken en dalen was zichtbaar wat ons - onnozele gansjes - weer geruststelden. "Ziet er goed uit", zeiden we tegen elkaar. Waar we dat op baseerden? Geen idee. Je ziet toch wat je wilt zien.
Een assistent kwam tussendoor het strookje afscheuren om het ter keuring aan de gynaecoloog te laten zien. Nog geen vijf minuten later kwam de arts zelf binnen en nam plaats aan mijn bed. Hij legde zijn hand op mijn arm. "Jullie zullen wel begrepen hebben dat we niet zo tevreden zijn en dat we je willen opnemen". De ernst drong op dat moment absoluut niet tot ons door, we hadden immers ons kindje een half uurtje geleden nog levend en wel in mijn buik zien zitten? Het hartje hadden we duidelijk zien kloppen. Wat kon er dan mis zijn?

We werden meegenomen voor het maken van een echoflow. Met deze echo zou de doorbloeding van de navelstreng worden gemeten. Nog steeds vol goede hoop nam ik plaats op de bank en liet mij opnieuw insmeren met gel. Een vriendelijke vrouwelijke arts bekeek alle beelden uiterst zorgvuldig. "Jullie zullen wel begrepen hebben dat jullie kindje het niet meer naar zijn zin heeft in je buik". Begrepen? Ik begreep helemaal niets! Waarom niet dan? Ze liet ons zien dat er bijna geen vruchtwater meer in mijn baarmoeder aanwezig was en vroeg of ik misschien iets verloren had. Maar ik had helemaal niets verloren, waar was het dan gebleven?

In een rolstoel werd ik naar de afdeling gebracht om wederom te worden aangesloten aan een monitor om weer een - nu langer - bewegingsactiviteitenfilmpje van de baby te maken. Voor mijn gevoel heb ik daar uren gelegen, wat in de praktijk hooguit een uur moet zijn geweest, toen de arts weer binnen kwam en aan mijn bed kwam zitten. Op het moment dat hij mijn hand pakte, sloeg de paniek in mij toe. Dat was geen goed teken. "We hebben alle testresultaten doorgefaxt naar het LUMC in Leiden en zij zijn het met ons eens dat er geen tijd te verliezen is. We moeten jullie kindje nu gaan halen, de operatiekamer is al in gereedheid gebracht. Vandaag word je moeder." Tranen schoten in mijn ogen, paniek sloeg toe en mijn hart stond stil. "Maar het is nog zo'n erwtje, hij is nog veel te klein om geboren te worden!!!". Ik wilde gillen, schreeuwen, slaan maar het enige wat ik deed was verschrikt Leo aankijken en samen zijn we zachtjes akkoord gegaan met de operatie. Nadat we ons akkoord hadden gegeven stonden direct meerdere verpleegkundigen om mij heen om mij klaar te maken voor de operatie. Ik huilde terwijl zij aan mijn sokken trokken, een katheter naar binnen brachten, mijn kleding uittrokken en een naald in mijn hand prikten. Alles liet ik maar over mij heen komen. Wat moest ik anders?

Binnen een paar minuten was ik "operatieklaar" en werd mijn bed naar de operatiekamer gereden. Verschillende emoties volgden elkaar in een rap tempo op. Angst, verdriet, verslagenheid maar ook hoop en een stukje vreugde. Ik zou immers ons kindje gaan zien!
Imposant te zien dat er 13 specialisten en verpleegkundigen klaar stonden om ons kindje geboren te laten worden. Het gaf mij een goed en vertrouwd gevoel. Ons kindje werd, met zijn 28 weken, serieus genomen. Het was een mens en verdiende een serieus gevecht voor leven, hoe groot of hoe klein hij ook was.
In de operatiekamer kwam Leo bij mij staan, terwijl ik lag vastgebonden op de operatietafel zonder gevoel in mijn onderlichaam, streelde hij mijn gezicht. Aan de andere kant waren de artsen in mij aan het spitten om onze baby geboren te laten worden. Het was 15.17 uur toen zacht gehuil ons liet weten dat onze zoon Nick Leroy Manolo was geboren. In mijn ooghoeken zag ik ons kleine mannetje liggen, terwijl de artsen druk met hem bezig waren. Nick moest per ambulance weggebracht worden naar het Juliana Kinderziekenhuis en vlak voordat ze hem meenamen kregen Leo en ik allebei de gelegenheid om hem een snelle kleine knuffel te geven. Nick woog 895 gram bij zijn geboorte en was heel klein. Maar ondanks zijn kleine omvang was het een prachtig mannetje met kleine donkere krulletjes. Een perfect minimannetje. Na het snelle afscheid werden er twee polaroid foto's van ons kleine mannetje voor mij neergezet. Zo was hij toch nog een beetje bij ons.
De artsen hadden inmiddels de "boosdoener" gevonden. Nick had in mijn buik - wellicht al in een veel eerder stadium - een grote knoop in de navelstreng gezwommen. Wellicht dat dit de reden was dat hij geen voldoende voedingsstoffen en zuurstof meer had gekregen. De placenta zou nog verder worden onderzocht.

Nadat ze mij weer hadden dichtgenaaid werd ik naar de "verkoeverkamer" gebracht. En daar lag ik dan, alleen met een lege buik en naweeën waar ik niets mee wist te beginnen. Een verpleegkundige kwam naar mij toe en feliciteerde mij. Maar waarmee? Ik wist niet eens of ons mannetje het wel zou redden. Ik kon geen vreugde voelen, alleen maar, angst en verdriet en lag naar het plafond te staren alsof daar wat rust vandaan kon komen. Wat voelde ik mij alleen en vooral wat voelde ik mij leeg. Na misschien een half uur hebben ze mij naar mijn kamer gebracht. Daar werd ik opgewacht door Leo, mijn ouders en een goede vriend. Door iedereen werd ik gefeliciteerd en ik vroeg mij nog steeds af, waarmee? Dit kon toch niet de bedoeling zijn?

Leo zou nog diezelfde middag met mijn ouders naar Nick toegaan in het Juliana Kinderziekenhuis. Ik wilde schreeuwen dat ik zijn moeder was en ik ook naar hem toe wilde. Maar ik zei niets. Ruim zes maanden had ik Nick bij mij gedragen en nu hij was geboren, was ik zo ver weg van hem en kon ik geen mogelijkheid bedenken hoe ik naar hem toe zou kunnen. Gelukkig kwam een verpleegkundige mij vertellen dat ik de volgende ochtend per ambulance naar Nick zou worden gebracht. Dat was in ieder geval een fijn idee. Aangezien Leo de volgende dag een aantal dingen op zijn werk moest regelen en Nick wilde gaan aangeven bij de Burgerlijke Stand, zou mijn zus met mij meegaan. Ik vond het fijn dat zij erbij zou zijn zodat ik niet alleen was, maar ook vond ik het jammer dat Leo er niet bij kon zijn. Ik had graag samen met hem even bij Nick willen zitten.

's Nachts kon ik niet slapen. Meerdere keren heb ik naar het JKZ gebeld, waar Nick lag, om naar hem te informeren. Er kwamen wel wat positieve berichten maar ik kreeg er maar geen gerust gevoel over. Hij had al zelf een keer geplast maar hij had ook wat morfine gekregen om rustig te worden. Hij wilde niet aangeraakt worden en lag daardoor met iedereen te vechten, waardoor hij hoofdzakelijk tegen zichzelf vocht. De hele nacht heb ik over hem liggen piekeren en ik keek er naar uit om hem zelf daar te zien liggen.

Vrijdagochtend om 11.00 uur kwamen de medewerkers van de ambulance mij halen en werd ik naar het JKZ vervoerd. En daar lag onze kleine Nick, met een tube in zijn neus en aangesloten aan diverse monitoren en omringd door diverse spuiten en slangen. Voorzichtig heb ik mijn hand door het gat van de couveuse gestoken en op zijn kleine lichaampje gelegd. Terwijl ik bij hem zat met mijn hand op zijn kleine lichaam overviel mij een vreselijke vermoeidheid; ik kon amper nog mijn ogen openhouden. Vechtend tegen het dichtvallen van mijn ogen heb ik het nog even volgehouden, uiteindelijk heb ik de verpleegkundigen gevraagd de ambulance weer te laten komen.

Weer terug in het Bronovo ziekenhuis kon ik echter nog steeds niet toegeven aan die overweldigende slaap die zich van mij meester wilde maken. Naast de nodige verpleging bleef de telefoon maar rinkelen. Iedereen wilde weten of alles goed met mij en Nick ging. Natuurlijk is medeleven fijn, maar ik kon het op dat moment niet opbrengen. Wat had ik immers al die mensen te vertellen? Dat het goed ging? Ik vond dat het helemaal niet goed ging! Van ellende heb ik uiteindelijk de telefoon van de haak gegooid en een poging ondernomen een beetje uit te rusten.

Nog maar net mijn ogen gesloten en Leo stond voor mijn neus. "Wij moeten even praten, kom ik breng je met je bed naar de rokerskamer". Terwijl hij voor zichzelf en voor mij een sigaretje opstak werd mij verteld dat hij contact had gehad met de behandelend arts van Nick. Nick zou vandaag nog per ambulance naar het LUMC worden vervoerd. Er was volgens de arts geen reden voor paniek maar in het LUMC zouden ze een betere zuurstofmachine hebben. Nick zijn longetjes wilden nog niet goed op gang komen en de zuurstofmachine in het LUMC zou de zuurstof trillend bij Nick naar binnen brengen wat beter was voor zijn longetjes. Aan mij was de keuze of ik ook naar het LUMC overgeplaatst wilde worden. Natuurlijk wilde ik dat! Dan zou ik dicht bij Nick kunnen zijn en hem veel vaker kunnen zien! Domme vraag!

Om 16.00 uur werd Nick als eerste overgeplaatst naar Leiden en om 17.00 uur kwam ik er per ambulance achteraan. Eenmaal in Leiden werd ons gezegd dat we nog niet bij Nick mochten, totdat de artsen van de afdeling Neonatologie met hem klaar waren, ook zou zijn behandelend arts met ons willen praten. Zenuwachtig zaten we daar te wachten tot het moment dat we werden gehaald om naar hem toe te gaan. Wat een vreselijk gezicht was dat. Ons kleine mannetje lag daar trillend (door de zuurstofmachine) in zijn couveuse omringd door vijftien verschillende apparaten. Zijn behandelend arts vertelde ons dat het slecht ging met Nick. Eén van zijn longetjes was niet tot ontwikkeling gekomen en zijn andere longetje vertoonde symptomen van longemfyseem. Nog niet eerder werden we zo hard met de neus op de feiten gedrukt. Het ging dus slecht met Nick, mijn ongeruste gevoel werd hierdoor bevestigd. Tranen liepen over onze wangen toen wij nog even bij ons mannetje zaten en onze handen op zijn kleine lichaampje legden. "Zet 'm op kleintje, je kan het! Mamma en pappa houden van je."

Weer heb ik de hele nacht geen oog dicht gedaan. Mijn gedachten zijn continu bij ons mannetje geweest en diverse keren heb ik naar de afdeling Neonatologie gebeld om naar hem te informeren. Steeds meer sombere berichten volgden elkaar op. Hij kon niet meer zelfstandig plassen, waardoor hij een katheter had gekregen, hij lag aan de maximale zuurstof en er trad maar geen verbetering op. Tegen het einde van de nacht heb ik de moed opgegeven om nog te bellen, ik kon al die sombere berichten niet meer aanhoren en nam mij voor op Leo te wachten en pas met hem weer samen naar Nick te informeren. Ook nam ik mij voor om niet langer meer in bed te blijven. Ik zou 's ochtends de verpleegkundigen vragen om een rolstoel, want dan kon ik beter bij Nick zijn couveuse komen. Een bed is toch een vreselijke sta-in-de-weg en met een rolstoel zou ik wat vaker met Leo naar Nick kunnen gaan.

Nog voor Leo in het ziekenhuis was werd ik van de kamer gehaald. Het ging niet goed met Nick en Leo werd met spoed gebeld. De arts wilde met ons praten maar zou hier mee wachten totdat ook Leo zou zijn gearriveerd. Daar zat ik, alleen bij ons mannetje, dat dapper lag te vechten in zijn couveuse. Maar voor wie? Voor wat? Ik heb mijn handen op hem neergelegd en gezegd hoeveel ik van hem hou en dat hij het zou redden. Maar mijn verdriet en angst was te groot om het er echt overtuigend uit te laten komen. Nick keek mij even met één oogje aan, om vervolgens weer verder te slapen. Terwijl ik bij hem zat, plaatsten ze een grote lamp boven ons mannetje. Hij was aan het verkleuren en kreeg hiervoor lichttherapie. Omdat dit felle licht schadelijk was voor zijn oogjes, werden deze afgeplakt. Wat een vreselijk gezicht was dat. Het enige wat ons mannetje tot nu toe nog had kunnen doen, was kijken en nu werd dit laatste hem ook nog ontnomen. Vreselijk!
Eindelijk kwam Leo binnen rennen en samen kregen we van de arts te horen hoe slecht het ging met Nick. Hij lag aan de maximale beademing, hij kreeg de maximale medicijnen voor zijn bloeddruk, één longetje wat niet opgekomen was, één longetje waarvan ze vreesden dat er een longblaasje zou gaan knappen, hij had een hersenbeschadiging opgelopen door het gebrek aan zuurstof, zijn niertjes en levertje werkten (bijna) niet meer, hij had inmiddels ook een infectie opgelopen en ook werd gevreesd voor een hersenbloeding. Al eerder was aangegeven dat Nick in ieder geval door het gebrek aan zuurstof, meervoudig gehandicapt zou blijven en nu was aan ons de vraag of in geval van nood wij nog wilden dat hij gereanimeerd zou worden; alleen zou niemand dan meer kunnen garanderen dat hij dan niet zou gaan lijden. Wat doe je dan? Dat ons mannetje zou gaan lijden, was het laatste wat wij hem wilden geven en gelijktijdig hebben Leo en ik aangegeven dat we dat niet meer wilden.

Samen zijn we bij hem gaan zitten en hebben hem zachtjes ingefluisterd dat als hij niet meer verder wilde, hij van ons mocht vliegen. Voor ons hoefde hij deze harde ongelijke strijd niet te leveren, voor ons hoefde hij niet te vechten. Hij had genoeg geleden.
"Liefde is bij elkaar willen zijn, echte liefde is kunnen loslaten..."
Terwijl ik mijn hand op zijn lichaam legde zag Leo de harstslag van Nick dalen van 180 naar 140. Zodra ik mijn hand weer van hem afhaalde, steeg zijn hartslag weer in een recordtempo omhoog. Deze prachtige ervaring deed ons beseffen dat er, hoe klein hij ook was, er al zeker een band was met mij, zijn mamma.

Aan ons werd gevraagd of wij hem nog wilden laten dopen. Dat wilden we graag en binnen een uur werd een pastor geregeld. Een lieve vriendelijke vrouw die met tranen langs haar wangen de doop bij onze Nick heeft afgenomen. Mocht er een hogere macht bestaan, dan lag zijn lot nu ook in zijn handen.

Niet veel later na de doop kregen we te horen dat Nick erg was achteruit gegaan, het leek erop dat hij nu zelf de strijd had opgegeven. Het zuurstofgehalte in zijn bloed was sterk gedaald en het einde leek steeds dichterbij te komen. Zijn behandelend arts werd terug geroepen van huis en na diep beraad is besloten Nick los te koppelen van al zijn machines om op mijn borst in slaap te vallen. Leo en ik werden in een apart kamertje gezet waar Nick naar toe zou worden gebracht. Op de een of andere manier voelde ik naast de pijn en verdriet ook een intense rust over mij heen komen. Nick zou gaan mogen vliegen, hij werd van zijn lijden verlost. Na een paar minuten werd Nick in zijn couveuse binnen gereden. Nadat hij was losgekoppeld en alleen nog morfine toegediend kreeg tegen de pijn, werd hij zachtjes op mijn borst gelegd. Eindelijk mocht ik ons mannetje in mijn armen houden, strelen en knuffelen, alleen was het nu slechts om te mogen sterven. Heel rustig is ons mannetje, omringd door onze liefde, in een eeuwig durende slaap gevallen. Op het moment dat zijn hartje stopte met kloppen, vloog een grote vogel langs het raam. Ons mannetje was gevlogen...

Leo en ik zijn die nacht samen in het ziekenhuis gebleven, leeg en verdrietig maar ook was er een goed en berustend gevoel over de beslissing die we hadden moeten nemen. Verder lijden was Nick bespaard gebleven, al was dat het enige wat we ons mini mannetje hebben kunnen geven. Zondag heeft Leo mij mee naar huis genomen, ik wilde niet langer meer in het ziekenhuis blijven waar ik omringd zou zijn met baby's en nieuwbakken ouders. De verpleging heeft alle medewerking gegeven om te zorgen dat ik inderdaad zo snel mogelijk naar huis kon.

Diezelfde avond kwam de uitvaartondernemer - een kennis van Leo, wat het praten wel gemakkelijker maakte - om de uitvaart van Nick te regelen. We kozen voor een sobere maar serene begrafenis waarbij we alleen maar zeer dierbare vrienden en familie wilden hebben. Nadat de uitvaartondernemer was vertrokken lag ik op de bank en wat voelde ik mij leeg. Ruim zes maanden had ik naar Nick uitgekeken en nu was alles weg. Buik leeg en geen kindje in mijn armen.

Op de dag van zijn begrafenis scheen de zon aan een stralend blauwe hemel, wat de begraafplaats een minder sombere uitstraling gaf. Alles is precies zo verlopen zoals wij van te voren hadden bedacht. Een mooi, sereen afscheid voor een mooi, dapper mannetje.


Ervaringsverhalen | Poëzie | Proza | Lezen! | Nieuwsbrief | Archief | Links | Contact | Disclaimer | Home


Peuteren.nl: Zwanger - Baby - Peuter - Kleuter