Ik kan alleen maar met mensen omgaan als ik een klein beetje van ze ben gaan houden. Dat houden van, groeit op een gegeven ogenblik alleen maar door en door... Helaas maakt het stukje “houden van” je ook kwetsbaar. Die ander kan je (bedoeld of onbedoeld) hard kwetsen, bijvoorbeeld wanneer een opbloeiende vriendschap eenzijdig blijkt te zijn. Of wanneer je van de één op de andere dag ineens niets meer van iemand hoort. Toch zou ik niet op een andere manier met mensen kunnen omgaan. Ik moet iets voor ze voelen, anders kan ik mij niet in ze verdiepen.
Leo en ik heb een vrij grote kennisenkring. Ik noem het bewust “kennissen” omdat vriendschap bij mij vaak verder gaat dan een zo nu en dan oppervlakkig contact waarbij de gespreksonderwerpen hoofdzakelijk gaan over de “koetjes, de kalfjes, de os en de ezel”. Met vrienden praat ik liever over diepere onderwerpen, waarbij ik soms een klein stukje van mijzelf laat zien. En aan alleen mijn échte vrienden durf ik mijn “ware ik” – zoals mijn kwetsbaarheden, verlangens en onzekerheden – te laten zien.
Toon Hermans zei het ooit al. “Echte vrienden kun je op één hand tellen en zelfs dan hou je nog een aantal vingers over”. Helaas had hij daar gelijk in. Een échte vriend is iemand waarop je kunt rekenen, zonder het te vragen. Die weet wat er in je hoofd omgaat, zonder dat je de woorden hoeft uit te spreken. Een échte vriend weet hoe je in elkaar zit, zodat je je niet hoeft te verontschuldigen als je een keer je dag niet hebt. Een échte vriend weet hoe je iets bedoelt, ook als het “rot de strot” uit komt.
Ik mag mijzelf rijk rekenen. Ik heb een paar van dat soort échte vrienden. Misschien laat ik het ze niet altijd merken, maar ze zijn mij zeer dierbaar. Maar als zij mij goed kennen, zullen ze dat ongetwijfeld weten...
Ik ben geen allermansvriend, eerder kijk ik een tijd lang de kat uit de boom. En het duurt een tijd voordat ik mensen in vertrouwen durf te nemen. Helaas maak ik ook wel eens de fout en blijk ik mensen in vertrouwen te hebben genomen die het uiteindelijk niet waard waren, of misbruik maakte van mijn vertrouwen. Daar kan ik dagen intens verdrietig over zijn. Ik blijf mij dan weken afvragen: “Waarom?” Uiteindelijk stop ik daar maar weer mee, want antwoord krijgen doe ik toch niet. Dan bedenk ik mij maar weer dat de meeste mensen die je tegenkomt helaas slechts “passengers” zijn. Ze komen... en gaan...
Mijn gedicht over vriendschap:
Wanneer afzonderlijke letters
als woorden worden gehoord
en er een zin wordt verstaan
in elk eenzaam woord,
waar men vrij kan spreken
omdat men geen geheimen kent,
waar respect heerst
aangezien men geen oordeel kent;
ontknopt een vriendschap
heel langzaam aan
maar welk op een schoon moment
in volle bloei komt te staan.