Gisteren stelde ik een onthutsende diagnose: ik leed aan een overdosis zusterliefde.
Ik ben opgegroeid met een vier jaar oude zus; ze was niet alleen ouder maar ook mooier, slanker en bovendien superintelligent. Ik was de brokkenmaker in ons vierkoppige gezin en ondanks de warme liefde en bevestiging van mijn ouders had ik faalangst en voelde ik me altijd de mindere. Ik begon de clown uit te hangen – met groot succes – en dit masker hield ik lang op. Ik wist mijn onzekerheid en minderwaardigheidsgevoel goed te verbergen maar langzaam ontstond een soort duo-persoonlijkheid: stoer en vol zelfvertrouwen naar buiten, wegkwijnend van binnen. Waar, met wie of wat ook, ik was nooit goed genoeg maar altijd de mindere – op school, bij vriendinnen, met collega’s, op feestjes en tijdens mijn werk... overal en altijd.
Toen ik op mezelf ging wonen miste ik de veilige cocon van mijn ouderlijk huis. Ik probeerde wanhopig een balans te vinden tussen buiten en binnen: als alles nu maar netjes, schoon en onder controle was in huis, dan kon ik de buitenwereld wel aan. Gelukkig accepteerde mijn partner mijn soms gekmakende gepoets en precisie maar toen er kinderen kwamen draaide ik door. Ik heb een paar jaar geprobeerd om mijn perfectie vol te houden, maar vorig jaar kreeg ik last van hartritmestoornissen. Ik realiseerde me dat ik een beslissing moest nemen: bleef ik een masker dragen of werd het tijd mijn problemen onder ogen te komen...
Ik belandde bij een psycholoog en zij gaf me inzicht in mijn problematiek. Ik ga nu goed. Ik slik nog wel bètablokkers en soms slaat mijn hart letterlijk op hol, maar meestal met een duidelijke oorzaak of reden. Ik vecht nog altijd tegen mijn poetsdrang en controle over alles, maar ik heb goed inzicht in mijn eigen functioneren en weet mezelf te corrigeren. Dat tegengaan van mijn neigingen kost wel veel inspanning... Inmiddels durf ik hardop tegen mijn spiegelbeeld te zeggen dat ik de moeite waard ben. Ik geniet weer van mijn kinderen en voel me minder gespannen.
Alleen vorige week had ik weer een flinke terugval. Na vier dagen migraine en veel tranen deed ik een onthutsende ontdekking: ik had een overdosis zusterliefde gekregen.
Ondanks onze tegenstellingen was mijn zus altijd mijn vriendin, mijn mentor. Na de komst van onze kinderen raakten we door ons moederschap intenser verbonden. We spreken elkaar met een tussenpoze van vier of vijf weken, delen zorgen en geheimen en hebben wederzijds respect. De laatste maand hebben we voor ons doen wel héél veel contact gehad... Mijn zus tobt op het moment met een moeilijke keuze tussen verder studeren, werken of carrière maken en dit onderwerp stond centraal in ons contact. Gevolg: naast haar hoge niveau van leren, presteren en leven verbleekte ik ineens weer... Het leek allemaal zo gezellig en onschuldig, maar ongemerkt werd ik weer geconfronteerd met de onzekerheid uit mijn jeugd. Het contrast was op teveel gebieden, te schril.
Het lukt mij prima om leuke opdrachten te krijgen en ik ontwikkel nog steeds in de schrijverij, maar ik moet er wel veel moeite voor doen. Op dit moment voelt het alsof ik blij mag zijn met kruimels terwijl mijn zus zonder scrupules de hele cake pakt... Ik zou niet willen ruilen met mijn zus want ik vind dat zij op ander terrein dingen laat liggen, maar in zo’n fase als deze waarin onze levens zo schril in contrast staan met elkaar vergeet ik alles wat ik het afgelopen jaar geleerd heb. Kennelijk is de impact van mijn jeugd toch veel groter dan ik denk, maar ik wil er geen issue van maken. Zij is zij en ik ben ik - ik doe het prima zoals ik ben.
Ik houd mezelf dagelijks voor: 'het enigste wat ik hoef te doen is een goede moeder zijn en alles daarbuiten is meegenomen'. Die denkwijze helpt me om me los te maken van het eeuwige vergelijken met anderen.
Soms denk ik wel eens dat ik de diepte in moet met mijn 'problemen' - in psychotherapie ofzo - maar nee, even lekker zeuren op VrouwenVerhalen helpt ook prima! Dit verwoorden is al weer even voldoende...