
Viviane
Oude man in het stationsbuffet
De ober bracht het ontbijt. Op een groot dienblad droeg hij twee koppen koffie, een bordje met stokbrood en ééntje met een croissant. De suikerklontjes waren verpakt in papiertjes met het logo van de zaak.
Hij plaatste de kop koffie en de croissant vóór mij en legde het bestek dat in een papieren servet was gewikkeld, ernaast.
”Acht euro,” zei hij terwijl hij naar de andere tafeltjes keek.
Ik betaalde. Een dame die duidelijk gehaast was, gebaarde hem dat hij moest komen.
“Dadelijk,” zei hij ongeïnteresseerd waarna hij eerst naar een andere tafel liep.
Aan een tafeltje tegenover mij, zat een oudere man. Hij was klein en tenger. Over zijn afgesleten jeans droeg een witte kabeltrui met rolkraag. Hij had vuile sportschoenen aan...zonder sokken!
Zijn vingers zagen geel van de nicotine en de nagelranden waren zwart.
Beverig legde hij de krant op de stoel naast hem neer, nam een stukje stokbrood en bestreek het met een lepeltje aardbeienjam. Toen hij in de krokante korst beet, droop er een beetje jam langs zijn mond.
Het lukte hem niet zo best om met zijn tandenloze mond, het brood te kauwen en daarom sopte hij het met zijn vuile vingers in de koffie.
Hij had bloeddoorlopen bruine ogen.
Waarschijnlijk dronk hij graag een glaasje...
Plots bemerkte ik iets in zijn oor! Het was een oortje van een MP3-speler.
Met moeite kon ik mijn glimlach onderdrukken. Een oude sjofele manl met een MP3-speler! Daarvoor moest je in Brussel zijn!
Ik probeerde hem te negeren en keek naar de mensen in de gang. Een massa volk liep naar de uitgang. De meeste reizigers op dit uur, waren ambtenaren die op één of ander Brussels ministerie werkten. De mannen droegen aan de ene hand een aktetas en in de andere hand hielden ze een krant. Sommige vrouwen sjouwden met tassen met daarin een thermoskan en tijdschriften.
Midden in de gang keek een Engelse toerist een beetje verloren naar het bord met de vertrektijden. Hij sleepte een grote blauwe koffer achter zich aan en had tevergeefs aan de seinwachter uitleg gevraagd.
Iets later maakten de ambtenaren plaats voor de dagjestoeristen. Het was paasvakantie. Een moeder liep met haar tienerdochter richting centrum. De puber had er duidelijk geen zin in. Mokkend slenterde ze achter haar aan.
“Als je zo blijft pruilen, dan neem ik de eerste trein terug!” riep de vrouw geërgerd. Het meisje trok haar schouders onverschillig op.
Een jonge zwarte vrouw liep heupwiegend naar de roltrap. Ze droeg een bont Afrikaans kleed met daar onder knalgele pumps en een gedrapeerde hoofddoek in dezelfde kleur.
Mijn blik dwaalde terug af naar de oudere man…
Hij haalde een zwart schriftje en een fijn potlood uit de binnenzak van zijn vest en tekende korte trekjes, waarbij hij mij onderzoekend aankeek.
Nieuwsgierig probeerde ik te zien wat hij tekende maar ik zat te ver af zodat ik mij een beetje vooroverboog.
“Stil!” riep de man.
Ik schrok en ging terug rechtzitten.
“Zet je bril af!” gebood hij mij.
Zonder een woord te zeggen, gehoorzaamde ik.
“Hoofd een beetje naar links, …ja…een beetje naar beneden...ja... zooo.” zei hij vervolgens.
“Maar ik ben hier om…”
“Ssst…niet bewegen!….”
Die ouwe kerel had nogal lef! Zonder mijn toestemming te vragen, tekende hij mij en gaf ook nog orders!
En ik?… Ik luisterde gedwee! Wáárom?…
Hij legde de koptelefoon van zijn MP3-speler op tafel en keek mij strak aan.
“Ík weet waarom je hier bent.’’ zei hij. “Jij komt verdwalen in de stad, zoals zo velen.”
“Ik ga naar het múseum voor Schóne Kúnsten!’ protesteerde ik.
“Ja, ja, múseum voor schóne kúnsten! Waarom ben je dan alleen? Niemand met wie je van gedachte kunt wisselen? Wauw…Boeiend! En waarom kom je hiér je koffie drinken en niet op één of ander deftig terras zoals het hoort voor vrouwen van jou slag?”
“Mijn slag!?”
“‘Hoofd!” gebood hij.
Hij zag dat ik woedend werd en grijnsde.
“Dát is wat ik zocht! Temperament! Vrouwen met een rechte neus en een karaktervolle kin, zijn eigengereid! Interessant …maar moeilijke wezens.”
Ik moest glimlachen om zijn opmerking.
“Zijn niet alle vrouwen een beetje moeilijk?’”
Zonder een woord te zeggen schetste hij verder. Af en toe wierp hij mij een keurende blik toe en mompelde iets.
“Wel?” daagde ik hem uit.
“Jij wilt ongemerkt opgaan in de massa. Maar toch kun je het niet laten om je op anderen te fixeren! Een oordeel over hen te vellen! Jij denkt dat ik een schooier ben, is het niet?”
Ik voelde mijn wangen rood aanlopen.
Hij legde het potlood op tafel, scheurde het velletje uit het schrift en schoof het naar mij toe.
Maar dat was ik! Helemaal! En wat een rebelse blik!
“Denk je dat ik voor jou interessant zou zijn geweest, in een maatpak? Hier op déze plek? Je had me nog geen blik gegund! Waar jij vandaan komt, zie je iedere dag maatpakken, daarvoor hoef je echt niet naar Brussel te komen.”
Hij stak zijn MP-3 speler en tekengerei in zijn binnenzak.
‘Je lijkt op haar!’Ze heeft me laten zitten voor een bankdirecteur!’
Verbouwereerd keek ik hem aan…
…
“Madammeke, u ligt op mijn jas.”
Geschrokken veerde ik recht. Een oudere dame keek mij geërgerd aan.
“U slaapt werkelijk heel vast! De hele nacht gevierd zeker?”
Verlegen keek ik om me heen. Alle klanten op het terras staarden mij aan maar de oude man, zat er al lang niet meer…
Hoe kon ik op klaarlichte dag indommelen!
Beschaamd, verontschuldigde ik mij. Ik besloot om zo vlug mogelijk op te stappen. Richting Grote Markt. Wat frisse lucht zou mij goed doen…
|