Ik heb het weer gewaagd.
Geschreven met mijn ogen dicht en mijn hart wagenwijd open. En toen heb ik - tegen beter weten in - op 'verzenden' gedrukt. Weg waren mijn woorden.
Op datzelfde moment kwamen ze binnen bij de geadresseerde. En laat die geadresseerde nou juist de redactie zijn van een krantje van mijn werk. En laat ik nou heel brutaal een column - je weet wel, zoiets als deze - hebben gemaakt voor de mensen van die redactie. Laat ik nou, zonder enig spoor van bescheiden- of verlegenheid (dat kun je namelijk erg makkelijk wegstoppen tussen een groepje woorden), hen hebben meegedeeld dat zij een column misten en dat ik die wel wilde leveren.
Diezelfde dag nog kreeg ik een berichtje terug. Van een hoge meneer binnen de stichting waar ik werk.
Keurig taalgebruik: "In ieder geval is het een leuk initiatief, waarvoor veel dank!" En ik probeerde snel tussen de zinnen door te lezen. Wat wilde deze meneer zeggen? Was het zijn manier van mij heel keurig afschepen, toen hij schreef:
"Ik leg het voor aan de redactieraad. Je hoort!"?
Kon het immers niet anders, dan dat ik met een "dank je, maar nee dank je" met mijn droom werd door verwezen naar mijn bed?
Ik krijg even een flashback. Zit ineens weer op de MAVO. Achteraan verscholen tussen de populairen en glansrijken, zodat ik mijzelf kon bevestigen met een: "Ik kan er ook niks aan doen dat ik zo slecht ben, zij zijn nou eenmaal errug goed".
Met één druk op verzenden zit ik dus weer op de MAVO. Niet daadwerkelijk weer in de schoolbanken,
maar kleine en onzekere Sandra steekt weer torenhoog haar kop op. Fluister ik mezelf in dat dat met mijn talent behoorlijk meevalt? Dat iedereen immers kan schrijven en dat zeker niemand zit te wachten op net dat ene van mij.
Zit ik hier nu te vissen om een complimentje? Ach, ze zijn natuurlijk welkom. Maar beter zou ik een schop onder mijn kont moeten krijgen.
--SCHOP--
Zo, en nu ophouden met trillen en geduldig wachten op de reactie van de redactie.