Hij weet het wel,
het wachtend kind
dat weifelend langs de muren schuurt
Het stond geschreven in het woord
van hen die hem verloren,
het is verweven met zijn handen
zijn gehoor, zijn ongecontroleerde hoest
Die frons, versteend op kinderhuid
verhard door onderdrukte kleuren
minachtend lachen in het thuis
vertelt van ontkenning van alles
wat hij wilde zijn;
Een vogel, zacht wiegend in de wind
gedragen door luid bulderen golven