Waarom vind ik het zo moeilijk om te zeggen dat ik me eenzaam voel?
“Hoe gaat het met je?”
“Goed hoor. Druk.”
Het antwoord is eruit voordat ik heb bedacht of het eigenlijk wel klopt. We praten verder over werk, over iets wat geregeld moet worden. Ik stel een vraag terug en even later nemen we afscheid. Een gewoon gesprek, zoals ik er zoveel voer.
Pas daarna voel ik wat ik had willen zeggen. Dat ik de laatste tijd soms zit te wachten op een berichtje. Dat ik behoefte heb aan een gesprek waarin ik niet op de klok hoef te kijken. Dat ik mensen om me heen heb en me toch alleen kan voelen.
Maar zeggen dat ik eenzaam ben? Alleen al bij die gedachte voel ik de neiging om het af te zwakken. Een beetje eenzaam. Soms. Het valt verder best mee. Alsof ik mijn gevoel eerst klein genoeg moet maken voordat ik het aan iemand mag laten zien.

In dit artikel
Wat zegt dat over mij?
Er zit voor mij iets beschamends in het woord eenzaamheid. Ik wou dat het anders was, maar het roept vragen op die ik mezelf liever niet stel. Ben ik dan niet leuk genoeg om gezelschap voor te zoeken? Heb ik mijn vriendschappen laten versloffen? Verwacht ik te veel van anderen?
Ik kan behoorlijk hard zijn voor mezelf. Waar ik bij een vriendin zonder aarzelen zou zeggen dat ze zich nergens voor hoeft te schamen, begin ik bij mezelf naar oorzaken en tekortkomingen te zoeken.
Misschien maakt dat het uitspreken zo moeilijk. Ik vertel iemand hoe ik me voel en ben ondertussen bang dat die daar een oordeel aan verbindt. Dat er iets aan mij ontbreekt. Of dat ik voortaan die vrouw ben met wie je uit medelijden nog eens koffie moet drinken.
Ik wil graag dat iemand tijd met me doorbrengt omdat die daar zelf naar verlangt. Zodra ik moet vertellen dat ik dat mis, voelt het ineens alsof ik erom bedel. Ook al weet ik ergens best dat een behoefte uitspreken iets heel anders is.
Maar je hebt toch mensen om je heen?
Het is een reactie waar ik tegenop zie, misschien juist omdat ik hem mezelf ook geef. Er zijn toch mensen die van me houden? Ik heb toch contact met anderen? Hoe kan ik me dan eenzaam voelen?
Dus tel ik in gedachten wat ik allemaal wél heb. Bijna alsof ik mezelf met voldoende bewijs op andere gedachten kan brengen.
Toch kan ik thuiskomen van een gezellige middag en merken dat er iets bleef liggen. We hebben bijgepraat, gelachen en plannen gemaakt. Alleen heb ik nergens verteld wat me werkelijk bezighoudt. Daar leek het moment niet naar. Of ik durfde de sfeer niet te veranderen.
Dan heb ik uren tussen mensen gezeten en voel ik bij thuiskomst hoe graag ik even eerlijk had willen zijn.
Dat vind ik moeilijk om uit te leggen. Ook omdat ik niemand het gevoel wil geven dat het samenzijn voor mij niets betekende. Het was fijn. En er was ook iets waar ik naar verlangde en waarvoor ik zelf geen woorden vond.
Ik wil niemand belasten
Ik weet hoe vol de dagen van anderen zijn. Er speelt altijd wel iets. Een drukke baan, zorgen thuis, een ouder die achteruitgaat. Ik hoor het aan en denk: laat ik hier nu niet ook nog eens mee aankomen.
Bovendien weet ik niet precies wat ik van iemand vraag als ik zeg dat ik me eenzaam voel. Moet diegene dan vaker bellen? Langskomen? En wat als dat helemaal niet lukt?
Voor ik iets heb uitgesproken, heb ik de mogelijke bezwaren al voor de ander ingevuld.
Daarmee houd ik mezelf stil. Ik zeg dat ik niemand wil belasten, maar ik bescherm mezelf ook tegen een antwoord dat pijn zou kunnen doen. Tegen een haastig “we moeten snel afspreken” waar vervolgens niets van komt. Tegen het gevoel dat ik iets kwetsbaars heb neergelegd waar de ander geen raad mee weet.
Zolang ik niets zeg, hoef ik die teleurstelling in ieder geval niet te voelen. Alleen blijft het verlangen naar contact dan ook bij mij liggen.
Wachten tot iemand het merkt
Soms hoop ik dat iemand doorvraagt. Dat die na mijn gebruikelijke “goed hoor” even blijft kijken en zegt: “En hoe gaat het écht?”
Ergens wil ik dat de ander ziet wat ik zorgvuldig buiten beeld houd. Dat is misschien veel gevraagd. Ik geef immers zelf het antwoord waarmee het gesprek verder kan.
Toch begrijp ik dat verlangen wel. Het zou zo fijn zijn om even niet degene te hoeven zijn die de deur opendoet. Om te voelen dat iemand uit zichzelf dichterbij wil komen.
Maar de mensen om me heen kunnen niet altijd weten wat er achter mijn gewone doen schuilgaat. Zeker als ik blijf zeggen dat alles prima gaat. Misschien zien ze mijn zelfstandigheid en denken ze dat ik me wel red. Meestal red ik me ook. Dat neemt niet weg dat ik soms gezelschap mis waarin ik me helemaal op mijn gemak voel.
Misschien kan ik beginnen met één eerlijke zin
“Ik voel me eenzaam” voelt nog steeds groot. Misschien lukt het me eerder om iets concreters te zeggen.
Dat ik onze gesprekken mis. Dat ik de laatste tijd veel alleen met mijn gedachten zit. Of dat ik graag wil afspreken en deze keer wat meer tijd nodig heb dan een snelle kop koffie.
Ik hoef dan ook niet meteen mijn gevoel af te zwakken met een grapje of een geruststelling. Ik mag de ander even de gelegenheid geven om te reageren. Dat alleen al vraagt oefening van iemand die het liefst snel zegt dat het allemaal wel meevalt.
Misschien levert zo’n eerlijk moment een fijn gesprek op. Misschien reageert iemand wat onhandig. Ik kan niet van tevoren regelen hoe het zal gaan, hoe graag ik die zekerheid ook zou willen. Maar als iemand me binnenkort vraagt hoe het gaat, wil ik proberen iets langer stil te staan bij mijn antwoord.
Misschien zeg ik dan: “Ik voel me de laatste tijd wat eenzaam. Heb je tijd om even met me te zitten?”
© Afbeelding: Shutterstock
